Heupdysplasie is een aandoening waarbij de heupkom en de dijbeenkop niet goed op elkaar aansluiten. Het gewricht speelt, slijt sneller dan normaal, en dat leidt tot artrose en pijn. Het is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen bij honden, en vooral bij middelgrote en grote rassen.
De aanleg is erfelijk, maar hoe erg het wordt hangt sterk af van factoren die je zelf in de hand hebt: groeisnelheid, gewicht en belasting in het eerste levensjaar.
Waar je het aan herkent
Bij een jonge hond zie je vaak: moeite met opstaan na het liggen, een schommelende of hobbelende gang, met beide achterpoten tegelijk springen als een konijn, en tegenzin bij traplopen of in de auto springen. Sommige pups zijn al vanaf een maand of vijf minder uithoudend dan hun leeftijdsgenoten.
Bij een oudere hond gaat het meer om stijfheid die ‘s ochtends het ergst is en tijdens de wandeling wegtrekt, minder spiermassa op de achterhand, en pijn bij aanraking van de heupstreek.
Honden verbergen pijn goed. Een hond die nog steeds enthousiast meerent kan wel degelijk klachten hebben; hij compenseert alleen met zijn voorhand.
Bij welke rassen komt het vaker voor
Bovengemiddeld bij de Duitse herder, de golden retriever, de labrador, de berner sennenhond, de rottweiler, de mastiff-achtigen en de border collie. Kleine rassen krijgen het ook, maar merken er door hun lagere gewicht minder van.
Wat je in het eerste jaar kunt doen
De aanleg ligt vast, de uitkomst niet. Drie dingen doen aantoonbaar het meest.
Houd hem slank. Overgewicht in de groei is de grootste beïnvloedbare risicofactor. Een pup die je licht houdt, ontwikkelt minder ernstige dysplasie dan dezelfde pup die te snel groeit.
Voer pupvoeding voor grote rassen. Die is bewust minder energierijk en anders gebalanceerd, precies om te snelle groei af te remmen.
Beperk piekbelasting. Geen lange stukken naast de fiets, niet urenlang bal apporteren, en gladde vloeren afdekken. Rustige wandelingen en zwemmen zijn juist goed.
Diagnose
De dierenarts voelt eerst hoe het gewricht beweegt en of er speling in zit. Zekerheid geeft een röntgenfoto onder sedatie, waarbij de hond in een vaste houding wordt gelegd zodat de opnames vergelijkbaar zijn. Op basis daarvan wordt een gradatie toegekend, van normaal tot ernstig.
Kostenindicatie: consult, sedatie en röntgenfoto’s samen komen doorgaans op enkele honderden euro’s.
Behandeling en wat het kost
Conservatief. Bij lichte tot matige dysplasie werkt dit vaak jarenlang goed: gewicht laag houden, gedoseerd bewegen, fysiotherapie, en ontstekingsremmers bij opflakkeringen. Sommige honden krijgen daarnaast gewrichtsondersteunende middelen. De kosten zijn beperkt maar terugkerend, en bij chronische pijnstilling horen periodieke bloedcontroles omdat die middelen de nieren en lever belasten.
Chirurgisch. Bij ernstige dysplasie of als conservatieve behandeling onvoldoende helpt, zijn er verschillende ingrepen. Bij jonge honden kan een correctie van de bekkenstand nog wat opleveren. Bij volwassen honden komt het meestal neer op een totale heupprothese of, bij kleinere honden, het verwijderen van de dijbeenkop.
Een heupprothese is een van de duurste ingrepen in de diergeneeskunde. Reken bij een gespecialiseerde kliniek op enkele duizenden euro’s per heup, en bij dysplasie zijn vaak beide heupen aangedaan. Daar komt de nazorg met fysiotherapie nog bij.
Alle bedragen zijn indicaties. Tarieven verschillen per praktijk en liggen bij een specialist hoger. Vraag altijd vooraf een raming.
Verzekeren: waar je op moet letten
Heupdysplasie is de aandoening waarop het onderscheid tussen polissen het scherpst zichtbaar wordt.
Erfelijke aandoeningen. Heupdysplasie wordt vrijwel altijd als erfelijk aangemerkt. Sluit een polis erfelijke aandoeningen uit, dan is hij voor een grootrashond op dit punt waardeloos. Dekt hij ze wel, kijk dan of daar een langere wachttijd bij hoort — soms zes maanden of meer.
Het jaarplafond. Bij een tweezijdige prothese praat je over een bedrag dat een laag plafond ruim overschrijdt. Kijk of het plafond per jaar of per aandoening geldt, en of de behandeling over twee polisjaren gespreid kan worden.
Timing. Dit is de belangrijkste. Heupdysplasie is bij een gevoelig ras al op jonge leeftijd op een foto te zien, soms voordat er klachten zijn. Vanaf het moment dat het in het dossier staat, is het een bestaande aandoening. Wie een pup van een risicoras neemt en wil dat dit gedekt is, moet verzekeren vóór de eerste heupfoto — niet erna.
Op de startpagina vind je de vier Belgische aanbieders en hoe wij hun voorwaarden nakijken.
Is heupdysplasie gedekt door je verzekering?
Bij drie van de vijf Belgische aanbieders niet. Belfius Direct en AG sluiten dysplasie volledig uit, Santévet sluit erfelijke aandoeningen in het algemeen uit, en KBC PetExpert hanteert zes maanden wachttijd plus een uitsluiting van erfelijke aandoeningen. Alleen bij Figo staat dysplasie niet in de uitsluitingenlijst.
Bekijk de dekkingsmatrix per aandoening · wat een heupprothese kost
Veelgestelde vragen
Kan een hond met heupdysplasie een normaal leven leiden?
Vaak wel. Veel honden met lichte tot matige dysplasie hebben bij een slank gewicht en aangepaste beweging jarenlang weinig klachten. De ernst op de foto zegt niet alles over hoeveel last een hond ervan heeft.
Is heupdysplasie te voorkomen?
De aanleg niet, de ernst deels wel. Kies een fokker die beide ouderdieren op heupen laat screenen en de uitslagen kan tonen, houd je pup slank, en vermijd zware belasting in het eerste jaar.
Vanaf welke leeftijd kun je het vaststellen?
Speling in het gewricht is soms al bij een pup van enkele maanden te voelen. De officiële beoordeling gebeurt meestal rond het eerste jaar, bij grote rassen soms later. Zijn er eerder klachten, dan wordt er ook eerder gefotografeerd.
Deze pagina is algemene informatie. Vermoed je dat je hond klachten heeft, laat hem dan door je dierenarts onderzoeken.